JAN GERRITSEN SEPTEMBER-DECEMBER 2018

De expositie ‘Buiten komt Binnen, de wereld rondom Jan Gerritsen’
wordt vrijdagavond 24 augustus om 20.00 uur geopend.

Jan Gerritsen heeft tekeningen, aquarel en grafiek gemaakt van zijn omgeving. Door zijn ogen zien we landschappen en stadsbeelden uit Indonesië, Aalten, Borculo en andere delen van Europa.

 

Biografie van Jan Gerritsen 1925-2003

Jan Herman Gerritsen is geboren in Doetinchem in een ondernemersgezin. Zijn vader had een bedrijfje in bakkerijgrondstoffen. Er werden citroen en sinaasappelsnippers gesneden en geconfijt. Al op jeugdige leeftijd bleek zijn talent voor tekenen en graag had hij daarin doorgestudeerd.
De tweede wereldoorlog brak echter uit en Jan ging als 16-jarige werken bij de PTT nadat hij de MULO had gehaald. Van studeren in de oorlog was geen sprake. Na de oorlog werd hij als dienstplichtig militair uitgezonden naar Nederlands Indië om de politionele acties te ondersteunen. Hij was daar betrokken bij de verbindingstroepen die zorg te dragen voor radioverkeer met morse-seinen. Dat kende hij als PTT-er van de telegraafdienst.

In Indië, zoals hij dat noemde, volgde hij een schriftelijke cursus tekenen. De opdrachten hiervoor dienden per post verstuurd te worden voor beoordeling door docenten. Hij had echter geen geld voor porto en dus kon hij niets opsturen. Een aantal oefeningen voor deze cursus zijn bewaard gebleven. Enkele aquarellen en tekeningen uit deze periode zijn in de Weemhof tentoongesteld.

Na terugkomst in Nederland in 1949 laat hij zich testen of een opleiding in grafiek iets zou zijn. Gezien de economische toestand wordt hem aangeraden zijn carrière bij de PTT voort te zetten en in zijn vrije tijd zich met tekenen en schilderen bezig te houden. Deze raad volgt hij op.
Begin jaren 50 wordt hij overgeplaatst naar Aalten. Daar ontmoet hij zijn vrouw Gerda Klompenhouwer. Ze krijgen samen 3 kinderen; Jan, Willem en Diet. In Aalten houdt hij zich bezig met gemeentelijke politiek en is hij enige jaren raadslid.

In 1967 wordt hij overgeplaatst naar Borculo waar hij kantoorhouder wordt van het postkantoor. Hij neemt zich voor om nu meer tijd te stoppen in zijn passie voor tekenen en schilderen. Hij zei in deze periode vaak; ik moet 8 uur werken, 8 uur slapen en dan heb ik nog 8 uur voor mezelf!
Hij tekende, schilderde en experimenteerde met druktechnieken. Er kwam een oude mangel waarmee hij houtsnedes kon afdrukken. Daarnaast las hij veel, was een groot liefhebber van science fiction maar ook van poëzie. Veel van zijn werk is hierop gebaseerd. Hij werd lid van kunstkring “de Krabbel”.
Omdat zijn tijd beperkt was experimenteerde hij met sjablonen en drukinkt, eerst op een klein slaapkamertje aan de Hertog van Gelre straat, vanaf 1972 op de zolder aan de Lochemse weg. Op die manier kon hij in een avond een werk afkrijgen. Schilderen kostte gewoon te veel tijd.
Exposeren deed hij liever niet want het gedoe eromheen ging allemaal van zijn schildertijd af. Publiciteit was ook niet nodig want hij was financieel niet afhankelijk van zijn kunst. Toch vond hij het stiekem wel leuk als dat wel gebeurde. Alles werd dan ook keurig bijgehouden in plakboeken.
De wachtkamer van het postkantoor fungeerde voor hem als expositieruimte. Hij hing er gewoon zijn eigen werk op. Mensen met gevoel voor kunst viel dit op, anderen zagen het nauwelijks.

Hij had zich geabonneerd op een kunstserie grafiek geheten: ‘Prent 190’. Toen bleek dat er steeds 2 grote kokers hiervan aankwamen op het postkantoor, was Jan benieuwd wie die andere liefhebber was.
Dat bleek schrijver en emeritus dominee August Henkels te zijn die in Borculo was neergestreken. Dominee Henkels was een groot kunstkenner, voor en in de tweede wereldoorlog betrokken bij de Groningse kunstgroep de Ploeg. Eén van zijn vrienden en Ploeglid was de kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman.

Werkman was van oorsprong drukker maar ontwikkelde zich van drukker tot kunstenaar. Hij werkte met alles wat hij in de drukkerij kon vinden en experimenteerde daarmee. Vlak voor het einde van de oorlog is Werkman door de Duitsers gefusilleerd. Werkman wordt tegenwoordig als een belangrijke kunstenaar gezien uit deze periode.

Jan werd bij Henkels uitgenodigd om kunst van Werkman te bekijken. Zijn ogen moeten bijna uit de kassen zijn gerold want hier zag hij iemand die net zo bezig was als hij, en met wat een kwaliteit, werkelijk een feest voor het oog! De kennismaking met Werkman is van enorme invloed geweest op het werk van Jan. Dominee Henkels zag veel in het werk van Jan en bleef tot zijn dood in 1975 alles met belangstelling volgen. In deze periode had Jan zijn eerste solo-expositie in galerie de Non in Hengelo, Henkels opende die expositie.

Zijn werk bij de post bracht hem op het idee oude telefoonboeken te gebruiken om zijn rollers in uit te rollen of restjes drukinkt aan af te vegen. Hij kon het niet laten om van de gebruikte telefoonboeken nog iets te maken. Ook gebruikte hij deze boeken om vlotte schetsen te maken en oefende zo zijn tekenhand. Stapels van die telefoonboeken zijn er.  Van Jan Verburg, een kunstenaar/illustrator die in Borculo was komen wonen, leende hij een etspers. Hij ging dus aan de slag met zinkplaatjes, schellak en salpeterzuur.
Een oude ‘prent 190’ koker werd door het dakraam gestoken om de dampen af te voeren. Uit deze periode stamt de paradijs-strip.

In 1984 kon Jan op 58-jarige leeftijd met de VUT. Eindelijk kon hij zich helemaal richten op de kunst. Dit waren de mooiste jaren uit zijn leven. Samen met zijn vrouw Gerda pakten ze de caravan en trokken er op uit, schetsboek, potlood en aquarelverf altijd binnen handbereik. Van deze reizen hield hij vakantieboeken bij. De tekst betreft triviale zaken als: De bami smaakte weer prima en vandaag Arles bezocht, het was er warm. Deze dummy-boeken staan vol met juweeltjes van schetsen, studies en ideeën.
Hij nam geen tijd om in te kleuren, hij schreef met potlood de kleur er bij.
Deze schetsen werkte hij later in zijn atelier uit tot druksels, of ander grafiek.
Nu hij meer tijd had ging hij ook andere technieken beoefenen; olieverf, beeldjes maken van wat hij vond, stenen of takken, werden met een kleine ingreep tot leven gebracht. 
Hij haalde zijn inspiratie uit kleurige plastic flessen waar hij een hele verzameling van had, uit krantenknipsels, uit kunstboeken van vooral James Ensor, uit fruit, uit muziek, uit zijn omgeving, echt alles kon kunst worden.
Voor hem was kunst maken spelen met vorm en kleur en daar kon hij geen genoeg van krijgen.

Uit al dit werk is een keuze gemaakt voor deze tentoonstelling in de Weemhof met als thema landschappen en stadsgezichten. Veel verschillende technieken zijn er te zien maar steeds zie je er de hand van Jan in.
Zijn werk is door zijn eigen unieke stijl direct herkenbaar als Jan Gerritsen.